'T ROODE PAARD
De paarden De honden Beestenboel Bierbrouwerij Verbouwingen Links Contact
Kattenpagina
Er zijn bij ons in en om het huis ook verschillende katten te vinden die er allemaal zijn voor de gezelligheid, maar die en passant ook de boerderij, en de huizen van de buren, muisvrij houden. Allemaal gecastreerd c.q. gesteriliseerd!

Cedo, "ik wijk....", wit met cypers grijs, kater, 1999. Opgegroeid in onze flat, samen met zijn zusje Nulli. Ziet er nog altijd uit alsof hij thuishoort in een paleis met bedienden, maar heeft het heel goed naar zijn zin nu hij kan gaan waar hij wil. Hij is zeer aanhankelijk, op het afhankelijke af. Een echt lieve kater die andere katers geen strobreed in de weg legt en heel zorgzaam is tegenover poezen.

Nulli, "....voor niemand", cypers grijs met wit, poes, 1999. Dezelfde aristocratische trekken als haar grote broer, maar veel meer bezig haar eigen plan te trekken. Zorgt goed voor ons, brengt graag een levende muis tot in de slaapkamer, want die kunnen wij buiten blijkbaar niet zelf vangen.... Ook eenkennig, dat wil zeggen de eerste vijf minuten: vooral mannen met lange spijkerbroeken moeten zich schrapzetten. Die stof is namelijk heel geschikt om heerlijk je klauwtjes erin te zetten. Daarbij wil ze heftig worden gekroeld. Geen ontkomen aan...

Imber, "regenbui", lapjespoes, 1998. In het asiel werd ze uitgekozen omdat ze zo leuk hele verhalen stond te miauwen vanachter de tralies. Dat ze ooit de invloed van haar stemmetje heeft ontdekt merken we dagelijks meerdere malen: je hoeft maar naar haar te kijken of er komt al geluid uit. Ze is aanhankelijk en een dotje om te zien, maar zwaait de scepter over de andere katten. Eten is bij haar nog een grotere obsessie dan bij de andere, vaak gaat daarom eerst haar pootje en dan haar kopje in het voerbakje van één van hen. Ze is dan ook niet de magerste.

Nubes, "grijze wolk", cypers rood met zwarte haartjes er doorheen, kater, 1998. Spoort niet vanwege slechte jeugd. Naar asiel gebracht omdat hij agressief was. Zonder gebruiksaanwijzing geleverd, maar hanteerbaar en zeer knuffelig mits zijn spelregels in acht worden genomen, want anders lig je zomaar vijf dagen in het ziekenhuis met een ontstoken hand, vraag maar aan August.... Door zijn moeilijk voorspelbare gedrag zijn de andere katten op hun hoede bij hem. Toch kan hij drie seconden na de aanval weer gebroederlijk met Cedo zijn Whiskas aan het oppeuzelen zijn of de mens in kwestie kopjes geven!

Nix, "sneeuw", witte poes, 1991. Klein krakkemikkig aandoenlijk monstertje dat altijd wat mankeert. Een echt hartenbrekertje. Uit het asiel, heeft zichzelf uitgekozen door de andere katten bij mij weg te jagen. Absoluut niet eenkennig. Wil alleen maar aandacht, aandacht, aandacht. Is nog alle dagen verbaasd en verheugd dat ze die ook krijgt. Weet zich bij medepoezenliefhebbers binnen vijf minuten zeer geliefd te maken. Zo klein als ze is, weet ze haar mannetje te staan tegenover Nubes, die ze regelmatig een oorvijg moet verkopen. En hoe groter de hond, des te eerder staat ze bij hem om hem met een paar tikken op z'n neus weg te jagen.
Na een dapper gevecht is Nix, minstens 16 jaar oud, gestorven vanwege vermoedelijk meerdere levertumoren. Dat is al meer dan een half jaar geleden gebeurd, maar het went vreemd genoeg maar niet. Voor de andere katten is er duidelijk wat veranderd: ze komen nu wel weer de woonkamer binnen om de hele avond bij ons te liggen, blijkbaar regeerde Nix met ijzeren klauw...
Twee januari 2008, broer en zus liggen gezellig samen op de vensterbank. Een uniek plaatje, want Cedo is al lang niet meer de lieve, zorgzame kater. 'Kattenkwaad' is nu meer zijn ding.
Een nieuw hoofdstuk!
Eind april 2008 zijn de katten met August verhuisd naar ons nieuwe huis, de honden en ik zijn ruim een week later gekomen. Zo konden de katten wennen aan hun nieuwe omgeving zonder dat vier natte neuzen druk en luidruchtig in de weg liepen. Dit verliep zeer voorspoedig, want de katten konden al na twee dagen mee naar buiten met August en leerden al snel dat zij door de spijlen van de poort heen konden glippen. Toen eenmaal de honden er waren bleek dat superhandig, want die kunnen niet tussen de spijlen door en hebben steeds het nakijken! De katten hadden dat héél snel door: al gauw hadden ze het naar hun zin én ze leerden eindelijk dat ze niet bang hoefden zijn voor de honden. Hoe dat zo? Nou, doordat ze nu maar een hele korte afstand naar de hondvrije zone hoeven af te leggen, zo kort dat ze al gauw geen vrees meer hadden voor de honden: voorheen moesten ze een heel stuk hard rennen en dan over een hek heen springen om 'veilig' te zijn. Na de verhuizing werden ze dus al gauw brutaler. En voor de honden geldt: ˝als het niet voor me weg rent, dan is het geen prooi en dan ren ik er ook niet achter aan˝.
Tot ons grote verdriet is echter onze Nubes na een paar weken overreden, en dat terwijl hier nog geen tien auto's per dag langskomen. Natuurlijk kan die persoonlijkheid niet worden vervangen, maar een rode kater vinden wij alle twee een 'must' en August miste zijn brouwkatje, want Nubes was er altijd bij als hij ging brouwen. En dus is er nu Ruber, hetgeen, heel origineel, 'rood' betekent. Ruber is zeven jaar en opgegroeid met Sint Bernards. En dus hadden onze hondjes heel snel respect voor hem...
Na een week of vier ging hij naar binnen en buiten wanneer hij dat wilde en hoorde hij er al echt bij. Toch heeft het lang geduurd voordat hij rust leek te krijgen en erin begon te vertrouwen dat hij niet weer elk moment kon worden meegenomen uit een huis waar hij het naar zijn zin had.
Ik had, om een bij ons passend exemplaar te vinden, een advertentie gezet op de intranetsite waar ik werk. Binnen drie dagen kregen we negen poezen en katers aangeboden. We moesten dus tegen acht ´nee´ zeggen. Maar ja, er zat er eentje bij, een kleine zwarte poes die erg brutaal keek en die we uiteindelijk niet konden weerstaan... En dus kwam er vijf weken na Ruber een eenjarig poesje bij, die we Pix hebben genoemd. Dat betekent pekzwart, ook erg origineel. Het lijkt natuurlijk erg op de naam van onze Nix (sterker nog, we noemden haar vaak Nixi Pici), maar Pix is in alles het tegengestelde: niet spierwit maar pekzwart, niet de baas en superbrutaal, maar erg bang en terughoudend. Pas na een paar dagen mochten we haar aaien, maar nu begint het dametje een beetje los te komen en werpt ze zich op de grond om gekroeld te worden. Voorlopig blijft ze nog op de bovenverdieping, totdat ze helemaal aan ons is gewend. Dan gaan we kijken wat ze van de andere katten en de honden vindt..
Het ene moment zit het monstertje nog gezapig in de wasmand, en laat zich lekker kroelen, het volgende moment springt ze eruit om Nulli weg te jagen. Gelukkig laat Nulli zich niet wegjagen in haar eigen huis, zeker niet als er melk te halen valt!
Ruber en Pix heetten voorheen Binky en Kobus (respectievelijk), maar zij moesten natuurlijk ook een Latijnse naam... Het maakt ze niks uit: ze luisterden al meteen niet naar hun oude naam, gewoon, omdat wij nieuw voor ze waren. Dus dan maar in stijl gebleven en een goed klinkende en passende naam voor ze gezocht in het Latijnse woordenboek.
Inmiddels is ons lapjesmeisje Imber niet meer bij ons. Na diverse ziekbedden hebben we haar moeten laten inslapen op 29 april 2009, omdat ze verlamd raakte.
Er zijn ook betere berichten, zo is Pix onherkenbaar veranderd in een gruwelijk brutaal, eten-van-je-bord-stelend katje. Daarbij is ze wel heel knuffelig, ook de honden krijgen tot hun schrik regelmatig een kopje van haar.
Ruber is, na een van zijn kant ongetwijfeld onbedoelde absentie van 11 dagen, weer naar huis gekomen, mager en hongerig, en sindsdien geen dag meer uit het zicht geweest.
Na regen komt zonneschijn!
Nu ze vandaag dan voor het eerst naar haar naam luistert én een prooi, een heus dood blaadje, mee naar binnen heeft gebracht, wordt het echt tijd dat we haar voorstellen. Ze heet Soles en dat is logisch, want na Imber ('regen') komt Soles, 'zonneschijn'... Ze is gemaakt "ongeveer precies" op de dag dat Imber is gestorven en ze kan, net als Imber op het laatst van haar leven, haar achterpootjes nauwelijks gebruiken. Toen ik daarvan hoorde, bedacht ik dat ik haar graag wilde hebben. We hebben haar gelukkig ook nog gekregen van (ik bedenk me opeens dat dat ook voor onze andere katten, Cedo, Nulli, Ruber en Pix geldt) een collega van mij.

Waarschijnlijk is bij de geboorte van Soles, op 30 juni 2009, iets gebeurd waardoor haar rugzenuwen door een zwelling beklemd zijn geraakt, waardoor ze haar achterpoten niet kon gebruiken of voelen. Ze was bij haar geboorte veel kleiner en ieler dan de andere in het nestje, waarschijnlijk was zij een paar dagen jonger; dat kan bij katten in één nestje. Op zeker moment is de zwelling vanzelf weggegaan, maar tegen die tijd had ze haar pootjes al zolang niet kunnen gebruiken, dat die verzwakt waren en kromgegroeid. En daardoor liet ze haar achterpootjes voor wat ze waren. Haar baasje deed diverse oefeningen met haar en ook kreeg ze speciale injecties, maar het bleef moeilijk, want Soles had nog nooit gelopen, dus ze wist ook niet hoe dat moest. Gevoel voor evenwicht had ze evenmin en ze mistte elke controle over de spieren in haar achterpootjes en haar staart. Ze is in ieder geval zeer ondernemend, erg nieuwsgierig en bijna onvermoeibaar, dus we hebben goede hoop. Ze is er in ieder geval beter aan toe dan Imber, die behalve die verlamming ook andere problemen had en zich elke dag hooguit een meter verplaatste.
Sinds
ze 8 weken en 2 dagen is, is ze bij ons. Ik denk dat we wel honderd keer op een
dag haar kromme, slappe achterpootjes recht onder haar lijf zetten. August geeft
haar warmwaterbaden (die zij in het begin niet echt fijn vond) en haar pootjes worden
gemasseerd. Ook heeft ze een harnasje waarmee we af en toe een stukje in de tuin
gaan lopen, opdat ze een beetje 'feeling' krijgt hoe het is om 'normaal' te
lopen. Dat laatste is ook voor haar voorpootjes belangrijk. Na anderhalve week
lijkt er zeker vooruitgang in te zitten, dat komt ook omdat deze kleine dame een
doorzetter is!

Ze is erg klein, maar in een week tijd al gegroeid van 500 gram naar 590 gram. Haar grootte is omgekeerd evenredig met haar willetje: na twee nachten in onze slaapkamer op de vloer, op een dik kussen, wilde ze dat niet meer en dat liet ze weten met hele dwingende miauwtjes... dus nu slaapt dat kleine poesje naast mijn kussen, is ze dik tevreden, snort ze zo luid als een grote poes en geeft ze kopjes.
De poezen negeerden haar volkomen, de eerste dagen. De katers niet, die vonden haar aanwezigheid zeer bedreigend, ze schrokken zichtbaar en bliezen naar haar. En dat klopt ook wel met hoe dat in de natuur in elkaar zit: een poes herkent een kitten als zijnde een ongevaarlijke kleine soortgenoot, en ook als een kitten dat niet van haar is. Het boeit haar dus verder niet, want moederpoes zal er wel voor zorgen. Een kater herkent eveneens een kitten, dat niet van hem is, en heeft eigenlijk liever alleen zijn eigen kroost in de buurt. daarmee kunnen katers een gevaar zijn voor wildvreemde kittens, maar omdat ook hij weet dat er een moederpoes in de buurt zou moeten zijn, weet hij meestal wel beter dan het beestje aan te vallen. Tot zover mijn theorie, die gebaseerd is op twee katers, twee poezen, één kitten en een documentaire over leeuwen, waar de leeuw de leeuwenjongen die niet van hem zijn opeet als hij de kans krijgt....
De
honden zijn verdeeld over de nieuwste aanwinst: Chapter is voorzichtig, want je
weet maar nooit wat zo'n diertje voor wapens bij zich heeft. En inderdaad, die
kleine nageltjes en tandjes zijn vlijmscherp en worden nu al ter verdediging
ingezet. Bouncer blijft liever helemaal op afstand, maar ontkomt daar niet
altijd aan. De uitdrukking op zijn gezicht spreekt boekdelen! Tuppence is te
onhandig en ongeduldig om betrouwbaar te zijn, en Soles is dan ook al een beetje
bang voor haar. Tidings is juist ontzettend lief en heel geïnteresseerd in het
kleintje: hij kan 's morgens niet wachten om haar te zien en poetst haar
helemaal schoon.

Met vier maanden oud kan Soles staan op haar achterpootjes en ze kan ze ook bewust bewegen. Er zit veel kracht in, maar omdat ze ondertussen ruim anderhalve kilo is, is die kracht weer niet genoeg om lang te kunnen blijven staan. Om te lopen mist ze nog de controle over bepaalde spiertjes, maar bijna elke dag is daar verandering in te zien. Zindelijk is ze niet, in zoverre dat ze wel aangeeft als ze naar de kattenbak moet, door te gaan krabben over de vloer, maar dat ze niet probeert daar op tijd naar toe te gaan. Ze moet daarom elke dag in bad en gelukkig vindt ze dat niet meer vervelend. De kleine dame staat nu als het buiten gaat schemeren voor de glazen tuindeur, en dan wil ze naar buiten, dat weet ik omdat ze niet ophoudt met miauwen totdat de deur opengaat; dan spurt ze de tuin in. Ze moet nog altijd schuivend op haar linkerzij door het leven, daarvoor krijgt ze een verbandje om, om doorscheuren te voorkomen, maar ze is daarmee razendsnel... Ze speelt, ze valt dingen aan, ze scherpt haar nagels aan zowel de krabpaal als de mensenmeubelen en ze springt van meubels af. Nee, ze laat zich echt niet vallen: als ze besluit dat ze iets anders wil dan op de bank liggen of in de krabpaal, dan zet ze zich met haar voorpootjes af en met een sierlijke boogje belandt ze dan onkatachtig op de grond. Dat is niet helemaal wenselijk en dus liggen er op die plaatsen kussens en dekens. Eigenlijk staat het hele huis op zijn kop sinds zij er is. Aan schattigheid is er bij haar in ieder geval geen gebrek, getuige de volgende foto's.






Als
Soles naar buiten wil, dan gaat dat ook gebeuren... ook al vriest het, ook al
ligt er sneeuw en ook al kan ze niet lopen... want ze miauwt net zo lang bij de
tuindeur totdat ze haar zinnetje krijgt... Eenmaal buiten gaat ze verder met het
graven van de kuiltjes waar ze eerder al aan was begonnen.
Lopen kan ze dus nog steeds niet, maar er is elke week wel vooruitgang te merken in de vorm van betere spiercontrole. Daarbij kan ze tegenwoordig met die achterpootjes 'trappen als een ezel'. Ze is lichamelijk ondertussen in staat om te lopen, maar in dat koppie nog niet.... daar zit voor mij de lastigste hindernis; hoe maak ik een kat duidelijk dat als ze maar zou proberen, ze zou kunnen lopen?

Maar, als de zon schijnt wil ze nóg liever naar buiten. Net een echt katje...
Een rolstoel voor Soles... waarom niet? Het bleek echter te moeilijk voor haar, zoals voor de helft van de katten. Honden hebben binnen een paar uur meestal de slag helemaal te pakken. Na enkele weken kwam ik erachter wat er aan de hand was: Soles had extra wieltjes nodig om haar evenwicht te kunnen bewaren. Die twee voorste hebben we er zelf aan geknutseld. Maar nog later kwam een grotere 'doorbraak': zodra ze haar borsttuigje om had, was ze er blijkbaar van overtuigd dat ze niet kon lopen, ook niet als ze níet in de rolstoel zat... Zit ze wel in de rolstoel, maar zonder tuigje, dan rent ze sneller dan ik... In ieder geval op een vlakke ondergrond. Ik moet haar dus wel helpen, in de tuin, maar ze vindt het geweldig! En zij bepaalt waar we heen gaan. Favoriete plek is de tuinschuur. Ik kan alleen maar hopen dat ze zo steeds meer het idee krijgt dat 'rechtop' de betere manier van bewegen is..


Met
zonsondergang, haar favoriete tijdstip, in de tuin.
Maar wat komt er na zonneschijn?
Had ik maar... dat is wat ik nu veel denk. Soles is gestorven, op 16 juli 2010. Ze had net twee weken daarvoor haar eerste verjaardag gevierd en ik was zo trots dat dit katje met al haar problemen het zo ver had gebracht. Ik geloof niet dat ze ondanks alles ooit echt heeft geleden, maar toch denk ik steeds "had ik maar..". Ze is gestorven aan een baarmoederontsteking, maar dat realiseerde ik me toen het al veel te laat was. Ze had er al eerder één gehad, zoals haast is te verwachten bij een poes die niet gesteriliseerd is maar ook niet zwanger mag worden. Had ik maar haar moeten laten steriliseren? Ja. Nee. Een dierenarts die redeneert dat "zo'n katje het in de natuur ook niet zou overleven", dat was toen ze een week of 10 oud was, had haar in laten slapen in plaats van steriliseren. Ze had immers wonden door het slepen met haar achterpoten. Soms waren die erger, soms minder erg. Maar nooit merkte ik dat ze eronder leed: altijd sleepte ze zich met enthousiasme overal naar toe. Ze liet zich altijd wassen en verzorgen: vaak draaide ze zich in het teiltje gewoon om, om het badwater te drinken, terwijl ik doorging met haar wassen. Ze herkende de rolstoel en ook de band die ik gebruikte om haar te laten 'lopen'. Dan werd ze al enthousiast en zou gauw ze in positie was, of iets eerder, rende ze er vandoor. Toen ze voor het eerst echt krols werd dacht ik eerst dat ze een toeval kreeg, dat ze voor mijn ogen dood ging, tot het tot me doordrong wat er echt aan de hand was. Het was zeer komisch, maar vooral heel positief: die dag rolde ze zich voor het eerst uit zichzelf om, klom ze zelf op de bank en kroop ze de poort uit, op zoek naar katers. Ik had hoop dat deze bevlieging de weg was naar genezing: ze had allang kunnen lopen, als ze het maar wist, als ze het maar echt probeerde. Mij lukte het niet haar dat te laten 'inzien'. Of had het toch gekund? Had ik maar...?
Ik denk aan de grote stukken rauwe biefstuk die ze met gemak verslond, ook al was ze maar twee-en-een-halve kilo, aan hoe ze met haar oogjes kneep als ik mijn ogen richting haar dicht kneep, een manier van katten om elkaar te vertellen dat "alles goed is". Ik denk aan de snelheid waarmee ze de gang in schoot om haar nageltjes aan het kleed op de vloer te scherpen om daarna te proberen de trap op te klimmen, wat soms een paar treden lukte voordat ik haar eraf haalde en haar maar mee naar boven nam. Hoe ik haar vaak nergens in de tuin kon vinden, onvindbaar omdat zij ondanks alles haar eigen dingen deed. Hoe ze persé bovenin de krabpaal wilde liggen. Hoe ze begon te snorren en te trappelen als ik haar 's avonds na haar bad had afgedroogd, gevoerd en had toegedekt onder de plaid op de bank.
Het gemis is gruwelijk. Dat is niet alleen omdat ze zo bijzonder was, maar ook omdat ik zo intensief voor haar moest zorgen. De laatste zeven weken van haar leven zat ik heel veel thuis omdat ik mijn sleutelbeen heb gebroken. Dat waren hele mooie weken met haar, als ik er zo aan terug denk, maar juist daarom valt het verlies des te zwaarder.
Ze deed haar naam eer aan, zij was echte Zonneschijn. Wat het belangrijkste is: zij had een goed leven.







Laatst bijgewerkt door Alinda op 25 juli 2010